Hoe het verder gaat …

 

Heel lang geleden …

toen de zon nog jong was en nog over de aarde wandelde om veel te leren en wijzer te worden …

was er een land …

dat nog bijna helemaal braak lag …

Waar je ook keek …

niets dan ongerept land, zag je. Hier en daar een boompje, een watertje met vogels, maar géén huizen.

Bij dát land kwam de zon op zekere dag aangelopen.

Zij keek en keek en keek …

over dat wijde, wijde land,
vol onbegrensde mogelijkheden
en liep het land binnen.

Toen zij een tijd gelopen had,
het kan kort en het kan lang geduurd hebben …
kwam zij bij een hutje,
waar een paar mensen hard aan het werk waren.

Deze mensen konden de hulp van Zon goed gebruiken en heetten haar hartelijk welkom.
Zij konden in ieder geval ook voor haar zorgen.

Iedere dag

Er werd hard gewerkt,
er was lekker te eten en genoeg te drinken.
Er was zelfs tijd om feest te vieren en na te denken.

Gewerkt én gewerkt én gewerkt werd er …
en er werd ook steeds weer plezier gemaakt.

Soms was er een conflict en ook verdriet …
en alles kwam steeds weer goed.

Veel leren

Zon leerde en leerde steeds meer
en zij werd steeds handiger
en voelde zich al echt thuis.

Langzaamaan werd het land echt bewoond,
er kwamen steeds meer mensen …
er kwamen steeds meer huizen …

Soms gingen een paar mensen weg …
en altijd kwamen weer nieuwe mensen helpen en wonen.
Het leek wel één grote familie.

Het land werd steeds mooier …

Het leven was goed …

En toch en toch en toch …

merkte Zon op een dag,

dat zij onrustig en verdrietig
en verdrietiger
en steeds verdrietiger werd.

Het verdriet ging niet meer over.
Wat was er toch aan de hand?

Het werk werd gedaan,
er was tijd voor rust én om te feesten.
Er was tijd voor ontmoetingen en voor gesprek.

En toch en toch en toch…

Het leek wel of,
of …
of …
het werk, de hulp van Zon niet meer nodig waren …

Stilaan werd Zon kribbig …
en nóg verdrietiger …
ze raakte een beetje in de war …

Niets meer leren en niets meer betekenen?

Het was in het land nog steeds fijn …
en gezellig …
Ze was nog jong …
de wereld was zo groot …
Zon was toch nog niet uitgeleerd?

En alle bekende mensen dan?
En de goede gesprekken?
En het leuke werk?

Maar Zon dan?
en de rest van de wereld?

Maar … maar … maar … maaaarrrr …?

Gelukkig!

Daar daalde
uit de grote , wijde, heldere blauwe hemel
een kleine witte vogel
op een schouder van Zon.

Vogel pikte Zon eens in haar oor,
trok eens aan haar haren
en fluisterde iets in Zon haar oor.

Vogel fluisterde nog een keer
en nog iets
en nog een keer
en nog iets …

Zon keek om haar heen …
wiebelde van haar ene been op haar andere …
deed een stap voorwaarts …
en toen weer terug …

Zon ging weg…
op pad …

echt weg …

Eerst langzaam …
met kleine pasjes …
en oh zo verdrietig …

En als zij zich omdraaide en terugkeek …
wilde zij weer teruglopen …

Vogel hield vol
en hielp Zon verder op weg.

Groter …
steeds groter …

werden de stappen …
over het land …
om het land heen …
en groter, steeds groter werden de kringen …

Kijk

dáár gaat ze …
steeds verder op weg …
steeds wijder worden de cirkels …

De horizon tegemoet.

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

0 reacties

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *